Ik was te laat.
Snel vouwde ik de mouwen van mijn oude overhemd omhoog
en probeerde ik mijn angst te onderdrukken.
Ik begaf me, zoals men dat zo mooi noemt, op glad ijs.
Niet letterlijk, want dan had ik me wel gered.
Ik kan best goed schaatsen namelijk.
Maar nu was het anders. Moeilijker.
Dit vergde al mijn inspanning.
De concentratie droop van mijn voorhoofd
en daarbij wist het zich ook als een soort snorretje
rond mijn bovenlip te vormen.
Met een ruw gebaar veegde ik alle welgevormde
druppels van mijn gezicht.
Mijn pokerface was welgetraint en onherkenbaar.
Met mijn ogen gericht op de grond
begon ik mijn eerste stappen. Ik kende de weg uit
mijn hoofd, dus waren mijn ogen overbodig.
Maar ik was vastbesloten ze open te houden,
voor het geval dat. Ik telde elke keer als ik een stap
zette.
Een stel afgetrapte sneakers
en een paar klak-hakken passerde mij. Zonder
op te kijken stelde ik mij de eigenaars voor.
Ik stopte. Ik was nu bij de hoek.
Nog 10 stappen en dan was ik er.
Even trok ik mijn rokje wat lager.
Herstelde mijn shirt die ik had mee getrokken
en hervatte mijn stappen.
Even ging er een extra vlaag paniek door mijn lichaam.
De tranen die daarbij gepaard gingen werden met
veel moeite weer ingeslikt. Ik ademde diep in en
gooide daarna alle lucht die ik in mijn longen had verzameld naar buiten.
Weer trok ik aan mijn rokje en geirriteerd aan mijn
shirtje.
Ik merkte hoe de pauzes tussen mijn stappen langer werden.
Het lukte niet.
Mijn armen en benen leken als magneten naar de grond te trekken.
Weer veegde ik een nieuwe lading druppels van mijn gezicht.
Ik was er bijna. De bekende stemmen en bijbehorende geluiden
deden mijn hoofd tollen.
Nu ik niet langer mezelf kon verbergen en de onzichtbaarheid verdwenen was
keek ik heel voorzichtig door mijn haren naar de overkant van de straat.
Daar was het. En ja, daar stonden ze, met z'n allen.
"Hé, hier staan we!"
Werd er geroepen. Even draaide ik mijn hoofd iets en zag ik de herkenning
op een van de bekende gezichten. De armen die bij haar lichaam hoorden
begonnen enthausiast in de lucht te zwieren.
Het zag er komisch uit, maar ik was niet in staat te lachen laat staan een reactie te geven.
Mijn hoofd was leeg. Mijn ogen zagen wazig.
Mijn oren gilde in een hoge toon.
En voordat ik het wist, was ik weer waar ik begonnen was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten